Zoekresultaten

Javaanse rebab met strijkstok

Javaanse rebab met strijkstok

Strijkinstrument van het Javaanse gamelanorkest. Het heeft een driehoekige (met afgeronde punten, naar beneden wijzend), houten klankkast, die aan de voorzijde bespannen is met een vel (nieuw) en van achteren viermaal is doorboord. De kast is aan de achterkant en zijkanten bekleed met rood katoen met aan de achterkant een rood katoenen zakje voor reservematerialen. De punt, hals en schroeven zijn van gedraaid hout. De hals loopt door de klankkast heen en gaat over in de punt. Een koperen snaar wordt door de bovenkant van de hals met beide uiteinden aan de twee gedraaide zijstandige stemschroeven bevestigd en loopt via de hoge platte kam op het vel rond de punt en is aldus tweemaal over het instrument gespannen. De twee delen worden gestemd in 'Gulu' en 'Nem', dat wil zeggen, in Gamelan Pelog: Es - Bes en in Gamelan Slendro: E - B. De snaarhelften worden 'Jindra' (mannelijk) en 'Istri' (vrouwelijk) genoemd. De sterk gekromde strijkstok wordt in de rechterhand gehouden, waarbij ringvinger en pink het paardenhaar spannen. Het instrument heeft geen toets, de toonhoogte kan door enkele druk van de vingers worden bepaald op een uiterst verfijnde manier (kwarttonen etc.). In het gamelanorkest is de rebab het melodie-instrument bij uitstek. De bespeling is voorbehouden aan de leider van het orkest. In 1964 gereviseerd door Otto Stam te Utrecht (nieuwe snaar en nieuw vel). Java (Indonesië), in 1926 aldaar gekocht. Lengte 125 cm, kastlengte 23,5 cm, kastbreedte 21,5 cm, lengte strijkstok 57,5 cm. Schenking Minnaert 1963.