Zoekresultaten

Chimney-mouthed Lekythos

Chimney-mouthed Lekythos

Dit is een Attisch parfum- of olieflesje, een lekythos, waarin de Grieken geurende olie bewaarden om op hun huid te smeren. De vorm van dit flesje wordt een lekythos met een schoorsteenmond genoemd, wat slaat op de lange rechte nek. Dit zie je vooral goed als je hem vergelijkt met andere lekythoi. Maar hoe de hals en mond van een lekythos er ook uit zien, de functie is van allemaal hetzelfde. De flesjes werden in het dagelijks leven gebruikt om olie in te bewaren dat na het sporten op de huid werd gesmeerd en afgeschraapt met een strigiles. Maar, de meeste lekythoi die je in musea ziet staan zijn vaak gevonden in graven en niet gebruikt in het dagelijks leven. De Grieken hadden namelijk verschillende rituelen rondom het begraven of cremeren van de doden, waaronder het meegeven van grafgiften. Lekythoi werden vaak meegegeven omdat ze er mooi uitzagen en een teken van welvaart waren (je moest wel geld hebben om lekkere olie te kopen). Op de lekythos zie je een afbeelding van twee hoofden. Dit zijn de hoofden van Dionysus (links) en Athena (rechts). Deze zijn te herkennen aan verschillende dingen. Dionysus is een mannelijke god met een baard en een krans op zijn hoofd. Verder is hij de god van de wijn, wat de wijnranken achter de twee figuren verklaart. Athena is makkelijk: zij heeft een helm op haar hoofd en is de enige god(in) die hiermee wordt afgebeeld. Als je weet waar je naar moet kijken is ook gelijk duidelijk dat dit een godin is: op Griekse vazen worden vrouwen vaak wit gemaakt. En hoewel het wit van haar gezicht inmiddels is afgesleten, zie je dat de structuur van het glazuur in haar gezicht anders is dan de rest. Hieruit kunnen we afleiden dat hier witte verf op heeft gezeten. Dat het wit is afgesleten en het zwart niet heeft te maken met het proces van de schildering. Het zwart werd geschilderd met glazuur, wat een zeer verdunde vorm van klei was. Hierna werd het flesje gebakken en door wisselingen in temperatuur en hoeveelheid zuurstof kleurde de verdunde klei van het glazuur zwart en het vaasje niet. Na dit bakproces werd witte (en soms ook paarsrode) verf aangebracht. Deze verf zat dus (anders dan het zwarte glazuur) niet in de klei gebakken en sleet daardoor veel makkelijker af.