Zoekresultaten

Met deze fluit kan de natuurkundige achtergrond van tonen (geluid) gedemonstreerd worden. Geluid (een geluidsgolf) is een luchttrilling, waarbij de frequentie (het aantal trillingen per seconde) de toon bepaalt. De geluidsgolf bestaat uit knopen, waar de lucht het hardst beweegt en buiken, waar de lucht juist niet beweegt. Een toon is eigenlijk samengesteld uit verschillende tonen, ieder met verschillende frequenties (aantal trillingen). De frequentie met het laagste aantal trillingen is die van de grondtoon, de andere frequenties zijn van de boventonen. De frequentie van de grondtoon en van de totale, samengestelde toon zijn hetzelfde. Grond- en boventonen bepalen de toon van een instrument. Deze fluit bestaat uit vier delen. De koppelingen van de delen vallen samen met de buiken (waar dus geen luchttrilling is) van de boventonen. Het geluid verandert dan niet door het verwijderen van één of meer van de onderdelen.