Zoekresultaten

Toestel van Volkmann

Toestel van Volkmann

Volkmann toonde in 1863 experimenteel aan dat de horizontale en de vertikale meridianen in het centrale gezichtsveld van beide ogen corresponderen en dat deze in de periferie ten opzichte van elkaar iets afwijken. Dit wijst op een zekere incongruentie der netvliezen.Bij het zien met één oog wordt een lijn als horizontaal waargenomen wanneer deze samenvalt met de schijnbare horizontale meridiaan van dat oog. Die schijnbare horizontale meridiaan maakt echter een hoek van enkele graden met de werkelijke horizontale meridiaan, zie fig VIII-1. De afwijkingen zijn voor het linker en het rechter oog tegengesteld en compenseren elkaar bij het zien met twee ogen. Hierdoor wordt een horizontale lijn weer als horizontaal waargenomen. Het bovenstaande geldt ook voor de vertikale meridiaan. Bij het oorspronkelijke toestel van Volkmann waren op een achterwand draaischijven aangebracht met opgetekende middellijn. De middelpunten van de draaischijven lagen circa 63 mm -de gemiddelde pupilafstand - uit elkaar. De stand van de middellijn was afleesbaar op een graadverdeling. Bovenvermelde afwijkingen konden op eenvoudige wijze worden bepaald. Op aanwijzing van Donders liet van Moll in 1874 het hier afgebeelde toestel vervaardigen volgens het principe van Volkmann, om nadere bepalingen omtrent die incongruentie uit te voeren. De achterwand is nu van doorzichtig glas, waardoor fixatie op een verder verwijderd punt mogelijk werd. De draaischijven zijn vervangen door metalen wijzers. Door middel van stelschroeven kan het toestel nauwkeurig waterpas gesteld worden. (binoculair zien).